Kennelsyndroom
Naar aanleiding van onze ervaring met Milo hebben we ontzettend veel reacties gehad. De meeste mensen hebben inmiddels wel in de gaten dat Kennelsyndroom iets totaal anders is dan angst of éénkennigheid. Voor iedereen die graag iets meer over het fenomeen kennelsyndroom wil weten, wijden we er even een pagina aan.
Socialisatie en inprenting:
Willen we op een prettige manier met onze huisdieren samenleven en zij ook een prettig leven hebben tussen ons mensen, dan dienen zij gesocialiseerd te worden. Het verschil tussen een "wild" dier en een gedomesticeerd dier is dat we onze gedomesticeerde dieren kunnen socialiseren. Een hoop wilde dieren kunnen ook tot op zekere hoogte gesocialiseerd worden, maar bij de meesten is het "wild zijn" er nooit helemaal uit te halen. Denk b.v. aan leeuwen, tijgers,
wolven, krokodillen.....brrrrr, je zou zo iets maar in de achtertuin hebben!
Nee, laten wij het maar houden bij onze paarden, koeien, geiten, cavia's, konijnen, kippetjes, katten en inderdaad, ook onze honden. Vanaf hun alle eerste besef dat er meer in de wereld is dan de achterkant van hun eigen oogleden moeten ze in aanraking komen met ons mensen. Uiteraard op een prettige manier, anders gaat het mis en kweek je angst voor mensen. Als onze huisdieren vanaf de geboorte duidelijk wordt gemaakt dat wij mensen hele leuke wezens zijn, dan hebben we al een flinke stap richting een goede socialisatie gezet. Maar er is meer!
Belangrijke fasen in het leven van de jonge hond:
We onderscheiden tot 16 weken 5 belangrijke fasen in het leven van onze pups:
1. Neonatale fase – vanaf de geboorte tot ongeveer 3 weken
2. Overgangsfase – van ongeveer 3 tot 4 weken
3. Eerste socialisatie fase – van 4 tot 8 weken
4. Tweede socialisatie fase – van 8 tot 12 weken
5. Rangordeperiode – van 12 tot 16 weken
Tijdens de eerste fase maakt de pup kennis met zijn moeder, nestgenootjes en de fokker. Dit gebeurt hoofdzakelijk op basis van geur. Het is belangrijk dat een fokker (en diens gezinsleden) regelmatig de pups oppakken en aan hen laat ruiken. Zo wordt de geur van mensen INGEPRENT.
Pups in de tweede fase dienen in aanraking te komen met gewoon alle normale geluiden, geuren en gebeurtenissen in een normaal huishouden. Stofzuiger, TV, radio, gillende kinderen, noem maar op. Hun wereld wordt groter dan hun eigen "ik" en ze ontdekken hun soortgenootjes en dat hun moeder ook meer is dan alleen een melkfabriek. Ze poetst haar kroost, ze leren zich hieraan over te geven (onderwerpen) en ze deelt soms ook een snauw uit: oei, mamma is boos!!! Gauw weer goed maken.
In de derde fase zetten ze hun eerste grote stappen in de wereld. Tijdens deze fase dienen ze in aanraking te komen met de buitenwereld. Ze hollen door het huis en maken kennis met heel veel mensen, mannen, vrouwen, kinderen, andere honden. Ze komen los van hun moeder en richten zich al meer op die mensen die met hun eten aan komt en met hen speelt en voor hen zorgt.
De 4e periode is behoorlijk pittig: verandering van plek. Nieuwe mensen, nieuwe indrukken, nieuwe omgeving. De wereld is geweldig, althans, dat moeten wij mensen hem duidelijk maken door allemaal leuke dingen te gaan doen en hem voor alles wat hij goed doet te belonen, want we moeten hem gaan leren wat wel en niet mag.
De 5e fase is al een beetje een aanloopje richting pubertijd, waarin de pup van alles gaat uitproberen en kijken waar onze grenzen liggen.
En zo gaat de ontwikkeling van een hond verder, maar omdat we het hier over kennelsyndroom hebben beperken we ons tot aan die 16e week.
Wat gaat er mis?
Stel je bent geboren in een afgesloten ruimte waar je bent met je moeder en je nestgenootjes en verder gebeurt er niets. Helemaal niets.
Af en toe hoor je geluiden van buitenaf, maar die zijn ver weg en je kunt niet beredeneren wat of wie die geluiden produceert. Af en toe hoor je een stem rare geluiden maken, maar je kunt nog niets zien, dus kun je ook niet weten dat dat een mens is. Je bent nog volledig afhankelijk van wat je ruikt en de enige geur die je oppakt is die van je moeder en je nestgenootjes.
Dan gaan je ogen open, je begint ook beter te horen, maar nog altijd gebeurt en niets. Je wordt alleen af en toe opgepakt door een groot wezen, maar dan wordt je snel weer terug gezet bij je moeder. Je voelt en ervaart angst bij je moeder en daardoor ga jij je ook onzeker voelen.
Je ontdekt je nestgenootjes en jullie beginnen te spelen. Dat is leuk! Er wordt telkens eten in een bak voor je neus gezet en dat is lekker, dus je smult ervan. Niet wetende dat je nu snel gespeend wordt. Je hoort en ziet de mensen wel, maar je snapt ze niet. Je komt niet echt met ze in contact. Ze stoppen alleen af en toe iets in je mond en doen je pijn met een gemene naald dus leuk is anders!
En dan ben je ineens 6 weken en je wordt opgetild en in een ander hok gezet. Alleen. Je krijgt je eten en drinken, er komt elke dag iemand om je hok schoon te maken, maar verder gebeurt er niets. Je hebt niemand meer om mee te spelen en geen warme moeder meer om tegenaan te liggen. Je brengt het grootste deel van je dag slapend door. Je leeft in een totaal prikkelloze wereld.
Kennelsyndroom
Honden die niet of onvoldoende gesocialiseerd zijn kunnen het zogenaamde Kennelsyndroom ontwikkelen. Dit kennelsyndroom kan zich in allerlei gradaties voor doen. Zo kan de hond een kennelsyndroom hebben tegenover mannen of kinderen of zelfs tegenover zijn eigen soortgenoten. Deze hondjes zijn meestal geboren bij een "fokker" die de honden afgezonderd van een normaal huishouden houdt (buiten in een schuur of kennel).
Helaas is het kennelsyndroom niet te "genezen".
De angst dat een hond met een kennelsyndroom vertoont is heel typerend. De hond zal uit angst b.v. niet bijten of vluchten, maar totaal verstarren en als een standbeeld blijven staan of liggen. Ze zijn dus buitengewoon handig te gebruiken in laboratoria waarvoor dan ook speciaal pups worden gefokt. Bekend is dat een bepaalde universiteit speciaal Beagles liet fokken om proeven en tests mee te kunnen doen.
Heeft een hond kennelsyndroom t.o.v. andere honden dan is de kans groot dat hij óf als éénling is grootgebracht óf vanaf 6 weken alleen is komen zitten, waardoor hij hele belangrijke leerperiodes is misgelopen.
Angst en éénkennigheid
Dus we mogen Kennelsyndroom niet eens beginnen te vergelijken met angst en éénkennigheid welke we in veel van onze Shelties zien. Kennelsyndroom gaat veel dieper. Veel van de angst en éénkennigheid van onze Shelties wordt veroorzaakt omdat er (zoals Debbie dat zegt) teveel met Shelties wordt "getrut". Fokkers lopen op hun tenen als de pups slapen en de pups moeten "beschermd" worden tegen allerlei ziektes, dus komen ze niet met vreemden in aanraking tot ver na de 6e week. Zet die radio maar op 10 en haal de hele buurt in huis als die pups 4 weken zijn! Pups hebben is een feestje, dus bouw er maar een flinke party omheen ;-) De kans op angstige pups overstijgt vele malen het risico op ziektes. Als de moeder voldoende is geënt en gezond is, is er nauwelijks risico.
Als een pupje ergens angst voor toont ga het dan niet troosten als een klein kind. Als het ergens bang voor is, loop er dan niet in een boogje om heen, ga er samen dapper op af! Als u altijd grote honden vermijdt, zal uw Sheltie angstig worden voor grote honden en zich ook asociaal gaan gedragen tegenover hen. Dit gedrag lokt dan weer irritatie uit bij de grotere hond, want het is niet beleefd om je niet voor te stellen. Het is heel natuurlijk dat een pup voor bepaalde onbekende dingen angstig is en voor vreemde mensen in eerste instantie wat terughoudend, maar ga dit niet stimuleren!!!
Zou u het leuk vinden als iedereen u over uw bol aaide? Nee toch? Nou dan, laat uw pup dan ook niet door iedereen over z'n bol aaien. Zeg mensen hem even onder z'n kinnetje te kroelen of laat ze hem een lekker brokje geven. Dat is toch veel leuker dan dat iedereen je loopt te vertellen dat ze dominant over jouw zijn?
Maar even terug naar Kennelsyndroom.......onderschat het niet. Binnen ons team hebben Debby, Margo en Debbie alle drie kennis mogen maken met hondjes die een lichte mate van kennelsyndroom hebben. Deze hondjes leefden afgezonderd van de buitenwereld in een stille woonkamer waar niets gebeurde en nauwelijks iemand kwam. Kwam er wel iemand dan stoven de hondjes allemaal onder de tafels en stoelen. Toen de eigenaar overleed kwamen ze bij ons. Ze waren resp. 4 en 1 jaar oud. We hoefden maar naar ze te kijken of ze kropen van angst achter het behang.
We zijn inmiddels al heel wat jaartjes verder en voor ons zijn deze Shelties inmiddels heerlijke, knuffelende en blije huishondjes, maaarrrrr.....alleen voor hun EIGEN mensen en hun EIGEN roedeltje.
Onze "kennelsymdroompjes" hebben het nog goed gekregen, maar voor Milo was het helaas onomkeerbaar. Zouden we tehuizen hebben voor dit soort "geestelijk gehandicapte" hondjes, dan zou hij daar opgenomen moeten worden, maar dit soort tehuizen zijn er niet. Dit soort hondjes dan maar de rest van hun leven te laten doorbrengen in een hok, ver van de buitenwereld is inhumaan. Telkens verkassen van de één naar de volgende omdat iedereen denkt dit hondje te kunnen "redden" is een gebed zonder eind en in en in gemeen tegenover de hond.
Leven in continue angst, altijd in paniek zijn............
wie wil zo leven????